AB Historiek

Van gildehuis tot dancing

De huidige Ancienne Belgique bevindt zich op een historische plek in het hart van Brussel. Hier stond in de 15e eeuw het huis van de Meerslieden, de kleinhandelaars. De plaats deed dan dienst als versterkte bankkluis, verpleegruimte voor de zieken, vergaderruimte en feestzaal. Drie eeuwen later is het complex uitgegroeid tot een heus centrum met een sociaal-culturele functie. De enige tastbare herinnering aan die tijd is een gevelsteen met de vermelding "Meersliedenambacht 1781".

De Belle Epoque brengt nieuwe glorie: van 1906 tot 1913 maakt de Vieux Düsseldorf furore met een interieur in Duitse stijl, 1500 plaatsen, twee orkesten en varieté- en revue-artiesten. In 1913 start een verbouwing (de eerste in de reeks!) en zo ontstaat Bruxelles-Kermesse, dezelfde brasserie-formule, maar met acrobaten, goochelaars en filmvoorstellingen. Later wordt de zaal omgedoopt tot een populaire dancing.

Het varieté-succes

In 1931 komt het hele pand in handen van de 22-jarige Luikenaar Georges Mathonet. Het Ancienne Belgique-tijdperk breekt aan. Georges is net als zijn vader Arthur een echte business man. Binnen de kortste keren bezit hij gelijkaardige etablissementen in Gent, Antwerpen en Brussel. De Brusselse variant, onze AB dus, zal ze allemaal overleven en uitgroeien tot één van de toonaangevende music halls van het moment. Gedreven door het succes wordt het pand al snel… veroordeeld tot de sloop! Welja, de tijd is rijp voor een grotere zaal met verdubbelde capaciteit, tot zo’n 1300 plaatsen.

Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is Mathonet niet klein te krijgen: ook als weerstander verdient hij zijn strepen. De bevrijding zorgt voor een ware explosie van de amusementswereld en zijn AB is daarvan een beetje het centrum. De succesformule van toen: illusionisten, acrobaten, imitatoren en komieken zorgen voor de opwarming. De vedette anglaise en vedette américaine zingen daarna drie en zes liedjes. Na de pauze is er de 40 minuten-durende hoofdact.

Op de scène staan Charles Trenet, Gilbert Bécaud, Aznavour, Georges Brassens, Edith Piaf, Adamo, maar ook Annie Cordy en Bobbejaan Schoepen. Brel prijkt ettelijke keren op de affiche. Een dozijn voorstellingen per week is een gewone zaak, de helft daarvan zijn matinees. Het geheel is betaalbaar en technisch eenvoudig te realiseren. De sfeer is ongedwongen en familiaal. Keuvelend geniet het publiek in de rode, met floer bedekte zaal, van eten, drinken, spektakel en muziek.

In 1954 krijgt Bruno Coquatrix – die eerder in de AB werkte - de leiding over de beroemdste music hall van Europa: de Olympia in Parijs. Hij en Georges Mathonet worden partners. Tien magistrale jaren volgen. Wanneer in de jaren '60 de yé yé uitbreekt, pikt het management daarop in met artiesten als Johnny Hallyday en Claude Francois en wordt een ander en jonger publiek aangetrokken.

Maar na de brand van de Innovation (1967) wordt Mathonet verplicht zijn pand te beveiligen volgens de nieuwe voorschriften. Dat is een loodzware investering die nooit meer helemaal goed gemaakt wordt. Een poging om de Ancienne Belgique om te vormen in een Parijse Lido mislukt. Een bedeltocht voor subsidies levert niets op. In 1971 doet Mathonet de boeken toe en houdt het voor gezien.  

Een nieuwe wind

Het pand verkommert enige tijd. Tot jazz-en bluesliefhebber Paul Ambach op het toneel verschijnt. Hij ziet er de ideale plek in om concerten te organiseren: kleiner dan het pas geopende Vorst Nationaal maar groot genoeg voor een reeks sfeervolle concerten van formaat. Ambach overtuigt de curator en laat tot 1979 een reeks uiteenlopende topartiesten aanrukken, van Leonard Cohen, Herbie Hancock en Frank Zappa tot Golden Earring, Lou Reed, Kraftwerk, The Clash en The Stanglers.

In 1977 koopt het Ministerie van Financiën het gebouw op. Samen met de Botanique wordt het aangeboden aan zowel Franse als Nederlandse cultuurgemeenschappen. Twee staatssecretarissen voor Brusselse zaken moeten het onder elkaar uitvechten: de heren Vic Anciaux (VU) en François Persoons (FDF). De Vlamingen kiezen voor de AB omwille van de centrale ligging en de populaire achtergrond. De missie van de nieuwe Ancienne Belgique: zoveel mogelijk Vlamingen een hartelijke ontmoetingsplek bezorgen in het centrum van de hoofdstad, een creatieve tent ook, een uitgaansstek voor jong en oud.

De oorspronkelijke naam blijft behouden, maar de afkorting AB wordt heel snel algemeen gebruikt. Directeur Ivo Goris en zijn piepjonge ploeg vrijwilligers en tijdelijken, maken er een open huis van, waar alle mogelijke initiatieven terecht kunnen. Overdag vormingsactiviteiten, 's avonds artistiek plezier en feestgedruis.

Bouwen en verbouwen

De centrale ligging blijkt echter niet alleen een zege, maar ook een vloek. Na herhaaldelijke klachten van geluidsoverlast, trekt het stadsbestuur de exploitatievergunning in 1980 in. Een grote verbouwing dringt zich op. In 1982 gaan de werken van start, in fases en te beginnen bij de Grote Zaal.

De heropening van 23 december 1983 is een onvergetelijk moment in de AB geschiedenis. Maar al snel blijkt dat het geluidsprobleem nog niet opgelost is. Met een beperkte uitbatingsvergunning roeit de AB-ploeg dapper met de riemen die ze heeft. Nachtenlange feesten maken plaats voor een strikt nageleefd sluitingsuur en nieuwe, minder luide genres krijgen een kans. Nederlandstalige muziek en traditionele muziek uit Afrika, India en Zuid-Amerika worden deel van de programmatie. Ook het kruim van de dans- en theaterwereld krijgt een plaats.

Ondanks de kracht van de ploeg, met Jari Demeulemeester als artistiek directeur (algemeen directeur vanaf 1988), hangt de angst boven de AB: politioneel ingrijpen, boetes en dreigingen vanuit de zwaarste advocatenkantoren herinneren permanent aan het sluitingsgevaar.

In 1986 besluit minister Patrick Dewael tot een grondig geluidsonderzoek. Het rapport is rampzalig maar hoopgevend tegelijk en leidt tot een nieuw bouwprogramma. Tijdens de grootse werken vindt de AB samen met het Kaaitheater, dat op dat moment ook verbouwd wordt, tijdelijk haar onderdak in het Luna-theater aan het Saincteletteplein. Het Kaaitheater zal er uiteindelijk blijven, terwijl de AB na de werken terugkeert naar het centrum van Brussel. 

Bij de heropening van de gloednieuwe AB in 1996 is het pand enorm uitgebreid. Technologisch staat het op de wereldkaart. De hoofdingang bevindt zich niet langer in de Steenstraat. Daar huizen nu het AB café en de ticketshop. Materiaal kan worden aangevoerd via een aparte laad- en loskade. De nieuwe ingang is vooraan te vinden in de Anspachlaan en geeft uit op een ruime agora. Op de eerste verdieping, in een aparte geluidsgeïsoleerde ruimte, bevindt zich de Club. De Grote Zaal is met haar twee verdiepingen gaanderijen en rode kleur het enige stuk van het gebouw dat ontsnapt aan de verbouwing. En een enorme troef: de AB beschikt over een eigen opnamestudio. Via deze studio kan de muziek uit de concertzaal rechtstreeks de wereld rond via radio, TV of het internet.

AB vandaag

Sinds de heropening in 1996 kan de AB ook op voldoende ondersteuning rekenen, eerst met het Muziekdecreet, later via het Kunstendecreet. Sinds 2008 mag het zich zelfs, als eerste pop-en rocktempel, tot het selecte groepje ‘instellingen van de Vlaamse Gemeenschap' rekenen.

In al die jaren is het profiel van de zaal overigens nauwelijks veranderd: de AB brengt muziek van nu, door mensen van vandaag, over de wereld waarin we leven. Met concerten in de Grote Zaal en de Club, maar ook met AB TV, AB Sessions, huiskamerconcerten, listening sessions en lezingen in Huis 23.  En iedere zomer betoveren de Feërieën en Boterhammen in het Park (in 2014 al 25 jaren jong!) het Warandepark met hun magische out door-concerten.

De AB, en meer bepaald de Club, geldt ook nog steeds als ware broeihaard voor jonge artiesten. Tijdens het Domino-festival ( 1996 -2011) gaf onontgonnen talent het eigenzinnige beste van zichzelf. Nu zijn er projecten als Silence Is Sexy en Artists in Residence. In 2014 ziet een nieuw initiatief het levenslicht: Get Sprouts Again: AB’s 10 voor de toekomst.

En de toekomst is zoet. Met het ambitieuze Liveurope kijkt de Brusselse muziektempel over de landsgrenzen heen. Dankzij de steun van de Europese Commissie (in het kader van ‘Creative Europe’) verbindt de AB vanaf 2015 maar liefst 13 verschillende Europese concertzalen. Elk zullen zij jonge artiesten uit de partnerlanden zichtbaarheid geven in eigen huis.

Kortom, AB doet nog steeds wat het al jaren doet: interessante nieuwe en gevestigde artiesten presenteren aan een zo ruim mogelijk publiek van muziekliefhebbers. Met passie voor muziek en liefde voor publiek. En niets laat vermoeden dat daar in de toekomst verandering in komt!